Ken je mij?

Kenjemij

Ken je mij – Huub Oosterhuis

Donderdagmiddag, mentoruur. Tafels aan de kant. Een streep van papiertjes op de grond. Losse papiertjes. Dertig paar voeten, onrustige pubervoeten. Ik noem een omstandigheid en steeds steken sommige leerlingen over. Van "iedereen die thuis wel eens ruzie heeft" tot "wie het idee heeft dat hij lelijk is" en "wie het gevoel heeft dat niemand in de klas hem ècht kent". Steeds in stilte. Af en toe de vraag: "Wat is je opgevallen?" Respect voor de streep, respect voor de verschillen.

Vrijdagavond, gewoon op de bank. Een filmpje komt voorbij. Trijntje Oosterhuis zingt "Ken je mij". Ik word gegrepen door de tekst. Woorden die om elkaar heen slingeren. Mooi en niet meteen te vatten. Woorden die om interpretatie vragen. Woorden die ik wil vatten, wil pakken en de mijne wil maken. 

Zaterdag. Schietpartij in Alphen aan de Rijn. Gegrepen door de beelden. Wat drijft zo'n jongen, wat gebeurt er? Wat is er gebeurd? (de tekst van Huub Oosterhuis zingt door mijn hoofd) Eng, verdrietig, niet te omvatten of te duiden.

Donderdagmiddag. Een paar pubers blijven hangen. Hij ook. Hij is veertien, voelt zich nergens thuis. Voelt zich alleen, verdrietig. Ik weet dat. Ik wist dat. Ik was de enige. "Mevrouw," zegt hij, "ik stond niet alleen aan de andere kant van de streep…" "Ik weet het man", zeg ik en denk aan de stilte van de groep, het onuitgesproken respect. Hij veegt wat haar uit zijn gezicht en kijkt me aan. Een glinstering in zijn ogen die er niet eerder was.

Vrijdagavond. Alleen. ik proef de tekst, weeg de woorden en ineens weet ik het. Gezien willen worden, dáár gaat de tekst over. Gekend. Maar ook juist het zoeken naar het woord dat dát pakt, dat gevoel, dat verlangen. Dat verlangen dat geen eigen woord heeft.

Zondagavond. Deskundigen praten over de dader van de schietpartij in Alphen aan de Rijn. Ik denk maar één ding: voelde deze jongen zich gezien? Gekend? Werd hij gek van het verlangen gezien te worden?

Maandagochtend zullen ze de school weer binnensloffen, mijn pubers. Meer dan ooit wil ik ze zien. Zien ze mij zien? Zien zij mij? 

(Voor het prachtige nummer: Ken je mij ) 

Bitterzoet afscheid

Parting is such sweet sorrow 

 Shakespeare 

Dit is wat ik je vraag vandaag:

Als de zon onder is gegaan, kijk je dan naar wat er niet meer is of naar wat er is geweest?

Blauw tussenstuk
Toen ik negentien was, vertrok ik naar Amerika. Ik woonde een jaar lang bij een familie in huis. Genoot van alles dat anders was. Keek, voelde, beleefde. Afscheid was hartverscheurend. Ik kan moeiteloos nog de ogen voor me zien van één van de kinderen. Grote ogen, dikke tranen. Ik weet nog hoe het voelde toen het opstijgen van het vliegtuig de brok in mijn keel naar mijn buik duwde. Pas veel later besefte ik wat ik allemaal meenam naar huis. 

—–
Hij gaat van school. Vijftien jaar oud, zestien misschien. Stoer natuurlijk. Gangster, of zo lijkt het. Hij is "een beetje anders". In mijn wereld is niemand gewoon en iedereen wie hij is. Voor hij weggaat, zie ik hem nog heel even. Ineens staat hij tussen de anderen rondom mijn bureau. Hij legt een envelop neer. Ik mompel een dankjewel en lees het briefje als ik alleen ben. 

"Ik kon bij jou de jongen zijn die ik ben." 

Eén zin uit het briefje. Mijn hart geraakt. Ik hoop dat dat gevoel iets is dat niet bij mij hoort, maar dat hij het meeneemt. Naar zijn volgende school, zijn leven in.

—–
Zij gaat met pensioen. Verdriet over afscheid en uitkijken naar vrije tijd gaan hand in hand. Bij haar. Bij mij niet. Ik ga haar missen, in alles wat ze voor mij betekent. Dat is een verdrietig vooruitzicht. "Nee", zegt ze, "ik kijk naar wat ik meeneem aan wat ik heb meegemaakt de afgelopen tijd en wat ik geleerd heb."Ik vind haar sterk en denk na. Bedenk wat ik meeneem uit ons contact, straks, als ze van haar vrije tijd gaat genieten.

—–
 Ze hebben examen gedaan. Krijgen hun diploma. Als jonge honden zitten ze in de zaal. Sommigen rennen meteen erna de school uit. Klaar voor een nieuwe start. Hij zoekt me nog even op, ergens apart van de rest. Ik merk dat hij verdrietig is. Ik leg hem uit dat dat logisch is. Dat weggaan van je oude school vaak iets dubbels heeft en dat dat oké is. Een teken dat je het goed hebt gehad en dat je niet vertrekt met een negatief gevoel, maar omdat het tijd is om verder te gaan. Dat het goed is als hij af en toe nog even terug denkt aan zijn tijd bij ons…aan wat hij meegenomen heeft.

Blauw tussenstuk
 

"Parting is such sweet sorrow". Als iets mooi is, doet het pijn als het stopt. Kijk je dan naar de pijn van het afscheid of naar dat wat mooi was en wat je meeneemt?

De zon gaat onder. Misschien was mijn vraag aan het begin van dit verhaal fout. Als het gewoon donker wordt, zal bijna iedereen de zonnestralen nog voelen op z'n huid. Anders wordt het als blijkt dat deze zonnige dag gevolgd zal worden door een periode van grijze regen. Kijk je terug op het fijne dat is geweest of …. ?

Blauw station 

Versplinterd land

Samenhoudt_en_verbindt

Friedrich Nietzsche

Ga ik over goed? Ga ik over fout? Nee, dat ga ik niet.
Gaat Nietzsche over goed en fout. Nee, ook hij niet.

Toch kwam ik dit citaat tegen toen ik op zoek was naar een citaat dat een kapstok vormt voor mijn gevoel van deze week, de week van de Tweede Kamerverkiezingen 2010. In alle grafieken en getallen bleek ineens dat ik leef in een versplinterd land, meer gepolariseerd dan ooit. Ineens bleek dat ik “links tuig” was volgens een groot percentage van mijn medelanders en de dingen die ik belangrijk vindt “linkse hobby’s”. Ineens blijkt dat een groot deel van de Nederlanders vindt dat mijn collega en vriendin die Islamitisch is, een gevaar vormt voor onze samenleving. Vrij vertaald? Misschien, maar zo voelt het voor mij als zoveel mensen stemmen op een persoon die dit soort uitspraken doet.

Het was een jaar of drie/vier geleden dat iemand in 4 VMBO-t ineens racistische ideeën erop na begon te houden. Opgegroeid in een klein dorpje, ontpopte hij zich tot iemand die de problemen die er in Nederland speelde op het bordje schoof van “de buitenlanders”. Het vreemde was dat zijn beste vriend een Marokkaan was en hij dat in verhitte discussies altijd vergat, Nee, hij had het niet over die Marokkaan, maar al die andere buitenlanders. Ik heb deze jongen in zijn waarde gelaten. In mijn klas geen discriminatie en ook geen racistische uitlatingen, maar wat er in jouw hoofd gebeurt…

Dit speelde in een tijd dat de school waarop ik les geef bevolkt werd door nog meer kleuren en culturen. Waren er spanningen tussen die culturen? Nee. Was er verschil in aanpak? Nee. Werd er over de verschillen in denken/thuissituatie enzovoort gepraat, ja. Criminaliteit speelde nauwelijks een rol. Groepen die ruzie hadden met andere groepen ook niet. Een veilige school, zo voelde het.
Sinds mensen generaliserende dingen roepen over grote groepen mensen terwijl ze kleine groepen bedoelen, is er veel veranderd. De pubers nemen het over en praten na. Projecteren de uitspraken die ze horen op de mini-maatschappij op school. Ineens wordt er hard geroepen dat alle Marokkanen het land uit moeten omdat ze rotjongens zijn op straat. Ook naast een Marokkaanse klasgenoot die harder werkt dan de rest om het goed te doen en zijn oren probeert te sluiten voor de beledigingen die hij dagelijks hoort over zijn volk, zijn medegelovigen en zijn geloof.

En ja, natuurlijk. Natuurlijk is er gedonder op straat. Door pubers van allerlei kleuren en misschien percentueel wel met meer pubers van allochtoonse achtergrond. Pak ze aan zou ik zeggen, ongeacht achtergrond of geloof. Zoals ik dat doe in mijn klaslokaal. Maar ik geloof in respect geven en ontvangen…ook als dat soms afgedwongen moet worden. Ongeacht persoon, ras, geloof. Ik geloof ook dat als je minachting en belediging geeft, je beide dingen terug krijgt. Volgens mij werkt dat niet. Niet als leraar, niet als politicus, niet als buurvrouw.

En nu. Nu lijkt het alsof een groot deel van Nederland hier totaal anders over denkt. Natuurlijk over bepaalde inhoudelijke dingen kan ik het met mensen eens zijn of erover verschillen, dat is oké, maar ik begrijp niet dat mensen hier ook op een mensbeeld stemmen dat zo ver van het mijne afstaat. Ik wil het begrijpen, echt, maar het lukt me niet. Minachting, belediging en uitsluiting hebben hun effect al bewezen in de geschiedenis. Dit in mijn land maakt me bang, banger dan de mengeling van ideeën, geloven, culturen. Veel, maar dan ook veel banger.

De foto maakte ik op een bruiloft van mijn Turkse collega. Veel allochtonen, aardig wat autochtonen. Uiteindelijk Turks en Nederlands gedanst (jaja, de polonaise…Nederlandse identiteit). Deze meisjes treffen me. Ze zijn Nederlanders met Turkse roots. Zij zijn in aanleg het tuig waarover gesproken wordt. Als zij puber zijn, hebben ze dan nog een eerlijke kans? Net zo eerlijk als een Nederlander met Friese roots, Poolse roots, Amerikaanse roots? En is er iemand, ook maar één iemand die oprecht gelooft dat wij het recht hebben ze die kans te ontnemen door continu in te beuken op hun identiteit?

Wat er politiek gebeuren gaat? Ik weet het niet.

Ga ik over goed? Ga ik over fout? Nee, dat ga ik niet.
Gaat Nietzsche over goed en fout? Nee, ook hij niet.

Sluit ik me hierbij aan bij Nietzsche? Ja, dat doe ik. Ik wil niet leven in een gepolariseerde, versplinterde maatschappij. In mijn wereld is iedereen gelijk, ongeacht, geloof, huidskleur, achtergrond, nationaliteit en seksuele voorkeur en geldt voor iedereen dezelfde wet.

Een vlinder te zijn…

Vlindertezijn
Marco Borsato – Vlinder

Mijn werk, mijn passie. Natuurlijk..spelling, grammatica, begrijpend lezen, discussies voeren en analyseren enzovoort, maar boven alles, boven alles is er het contact met mijn leerlingen. Als individu, als groep. Mijn werk zonder die contacten zou alle kleur verliezen.

Dit zijn gekke weken. Veel gesprekken tussendoor. Best heftige shit soms, soms gewoon een praatje, soms even te veel druk op de ketel. Tussen de bedrijven door, tijd maken voor wat ik belangrijk vind….dàt is wat ik belangrijk vind. En tegelijkertijd de realiteit van zoveel toetsen die verwerkt moeten worden, zoveel regeldingen en zo weinig energie.

Ik vlieg van moment naar moment. De wind onder mijn vleugels zijn de momenten van voldoening, het zien van de opluchting na een gesprek, een leerling z’n zelfvertrouwen terug zien vinden, het merken dat een leerling niet meer gepest wordt of dat het iemand lukt om voor zichzelf op te komen. Soms ook het voelen van de adrenaline. Buigen of barsten in dit contact..die energie en dat dan pakken. Complimentjes krijg ik op het moment, van alle kanten….ik kan niet zeggen dat het me niet streelt.

Maar ook. Mijn leven, mijn eigen verhaal. Turbulentie. Een nekblessure die me soms zoveel pijn geeft dat ik letterlijk met mijn hoofd tegen de muur wil slaan. Dagelijkse beslommeringen. Vermoeidheid. En ook…onzekerheid, gek genoeg. En dan weegt één leerling waarbij ik iets waarschijnlijk minder handig heb aangepakt zwaar op mijn gemoed. Ik wik en weeg, reflecteer, trek mijn lessen en ben onrustig. Eén leerling. “Had ik niet beter…?”

Het nummer van Marco Borsato waar dit citaat uit komt, is een soort inspiratienummer voor mij. Ik gebruik het citaat naar leerlingen als iets niet meteen lukt. Je kunt niet meteen alles, je hoeft niet meteen alles te kunnen. Troostende gedachte, troostend nummer. Bemoedigend ook. Vanavond in de turbulentie van mijn verhaal, de diepte van mijn energiegebrek en de schaduw van mijn reflecties over die ene leerling, komt juist dit nummer langs. Het raakt me.

Laat ik het me troosten?

Worden wie je bent

Learning_to_live_2

Iedere dag word ik geraakt door mijn contacten met jongeren. Ze zoeken hun weg om te worden wie ze zijn. Hun wereld tolt, hun gedachten tollen vaak sneller dan hun woorden kunnen verwoorden, ze missen, ze winnen en verliezen. Ze zoeken. Wie ben je ten opzichte van alles om je heen? Hoe ontdek je wie je bent? Het is een weg met bochten en verrekte weinig wegwijzers.
Ik sta langs die weg. Zie het zoeken, het tollen. Wordt soms betrokken in het proces. Maar kan niet zoveel. Worden wie je bent is bij uitstek iets dat je zelf moet doen.
En toch… soms help ik een handje; geef een knipoog, luister, voer een diepgaand gesprek, maak een grapje, geef een zakdoekje, hang de clown uit en deel wat ik weet. Part of the job? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik het een voorrecht vind. Ik mag dichtbij komen, ik mag zoveel wegen zien, ik mag delen, meekijken. Dat ik dat vertrouwen krijg, streelt me, raakt me.

En als ik naar huis rijd over lijnrechte polderwegen bedenk ik me dat ik zo ben wie ik ben geworden (en steeds nog word). Gewoon ik.

Maskers

Dsc_0129_4

“Voor jou zet ik mijn masker af
Met jou speel ik geen spel
Je mag me zien zoals ik ben
Maar bang maakt het me wel.”

Marco Borsato

Ruige man. Rauw gezicht. Harde lijnen. Kleine bruine ogen. Musicus, nee, geen straatmuzikant, maar een muzikant op straat. Ik maak foto’s. Voel de intimiteit van het moment, zonder dat ik het beschrijven kan. Via mijn camera zie ik de poriën in zijn huid. De zon schijnt hard op zijn gezicht, of eigenlijk het mijne. Ik zou moeten denken compositie, lichtval, instelling. Alles wat ik dacht was: “ik wil jou zien”. En ik zag hem. Zag wat ik voelde bij het terugkijken van de foto’s. Of voelde ik wat ik zag? Toen ik wat kleingeld voor hem neerlegde, voelde ik alsof ik een hoer betaalde om door mijn lens haar stoere kwetsbaarheid vast te leggen.

Hij legde zijn masker niet af. Hij kroop in zijn muziek, in zijn gedachten. Ik was niet onderscheidend in zijn wereld. Hij was wie hij was. In zijn muziek, met zijn muziek, op een eiland dat zijn naam draagt.

Stoere jongen. Andere wereld. Het schoolgebouw; minder zon, misschien wel net zo dynamisch. ik ben één van de gezichten die hij bijna iedere dag ziet. Hij is een clown, maakt grappen en probeert zo binnen de lijntjes te kleuren dat het nèt binnen de lijntjes is, maar wel op de grens. Soms vind ik hem irritant. Hij doet wat hij doet op een eilandje en schreeuwt om een brug te slaan en slaat hem zo juist niet. Die ochtend roep ik hem bij me. Geen fototoestel. Woorden. Kijken. Gewoon zeggen wat ik zie, wat me verwart. Gewoon zeggen dat hij wel zo stoer kan doen, maar dat dat ik echt wel zie dat hij zich eigenlijk kl*te voelt. Geen nette woorden, confrontatie. De woorden mijn camera. Inzoomen. En dan tranen. Verhalen. Woorden die over elkaar struikelen.

Als de pauze voorbij is, boksen we en maken we een geintje. Als de nieuwe klas het lokaal binnenkomt, zoom ik uit. En één, één momentje twijfel ik. Heeft niet iedereen het recht op zijn/haar masker? Ik voel wat ik zie, zie wat ik voel. Geeft dat me het recht?

Wat is een masker? Is dat de selectie die de buitenwereld mag zien van alles dat er in jou speelt? Of verbergt het wie je bent? Ik denk dat jouw masker juist alles zegt over jou. Zoals mijn masker alles zegt over mij. De vraag is of mensen het unieke van jouw masker zien. En maakt dat je dan bang of voel je je gezien?

(En zo, zo gaan mijn gedachten toch weer een hele andere kant op dan Marco Borsato waarschijnlijk bedoelde..)

En toch. Eigenlijk zou het moeten zijn:
“aan jou laat ik mijn masker zien”

Dsc_0059

Verwondering

Verwondering_2_2

“Verwondering is het begin van alle wijsheid” is een citaat van Aristoteles.

Dit knulletje kwam ik tegen in Amsterdam. Amsterdam, een bruisende stad. Indrukken, indrukken, indrukken. Ik zie altijd veel als ik er ben en nu misschien nog wel meer. Nu zag ik ook dit jongetje. Het jongetje wat geïntrigeerd door iets dat ik al eerder zag, vaker ook. Afgevlakt door alle indrukken. Door kennis ook. Door ervaring.

Ik herkende het jongetje. Nee, ik herkende de blik in zijn ogen. Een blije blik? Nee. Een verdrietige? Nee, ook niet. Het is verwondering. Iets zien dat je in eerste instantie niet bevatten kunt. Ondanks het gelach, de ontroering en de uitleg van de volwassenen om je heen. Ik was ook zo’n kind. Ben?

Hij is dertien. Brugklas mavo/havo. Weinig concentratie, veel goede wil. Twee weken geleden vertelde ik dat we het over ontleden gingen hebben. Hij haakte af. Zag zijn gezicht. “Niks ervan jongens, ik ga het je laten zien”.
We begonnen met het in stukken hakken van een zin, cijfertjes geven. Puzzelen, schuiven met cijfertjes…ahum, zinsdelen. Ik zag hem werken, spelen, zoeken, begrijpen. Hij ontcijferde wat hij iedere dag had gezien, maar nooit had gesnapt. De frons op zijn voorhoofd verdween.
Op de dag van de toets fluistert hij me toe: “mevrouw, ik heb zo’n zin in de toets!”

In een tekst vallen zinsdelen niet meer op. Een tekst krioelt van woorden, van betekenis. In een tekst zie je veel. Je raakt lijnen kwijt, betekenis. Woorden vliegen door elkaar. Indrukken, zoveel indrukken, zo weinig tijd om ze te ontdekken en het risico; afvlakking.

In de ogen van dit knulletje zag ik de verwondering. Nog geen woorden om het uit te drukken. Nog geen theorieën om zich bij aan te sluiten/achter te verbergen. Nog niets geleerd dat de ontwikkeling van zijn eigen wijsheid in de weg staat. Zo’n kind, zo’n kind was ik ook. Zo’n kind ben ik ook. Zo’n kind probeer ik ook te blijven. En waar de verwondering in de ogen van mijn leerling ontstond, gaf hij mij mijn verwondering terug door zijn opmerking: “mevrouw, ik heb zin in de toets!”

Het jongetje, mijn leerling, Aristoteles, ik.
“Verwondering is het begin van wijsheid.”

- en meer had ik niet nodig om weer met dit blog te beginnen -

Make you feel…..

Make_you_feel_my_love

When the rain
Is blowing in your face
And the whole world
Is on your case
I could offer you
A warm embrace
To make you feel my love

Lmagdamet_potlood_2

When the evening shadows
And the stars appear
And there is no one there
To dry your tears
I could hold you
For a million years
To make you feel my love

Warm_embrace

I know you
Haven’t made
Your mind up yet
But I would never
Do you wrong
I’ve known it
From the moment
That we met
No doubt in my mind
Where you belong

Dsc_0493

I’d go hungry
I’d go black and blue
I’d go crawling
Down the avenue
No, there’s nothing
That I wouldn’t do
To make you feel my love

Dsc_0393

The storms are raging
On the rolling sea
And on the highway of regret
Though winds of change
Are throwing wild and free
You ain’t seen nothing
Like me yet

Lmagdamet_potlood_2

I could make you happy
Make your dreams come true
Nothing that I wouldn’t do
Go to the ends
Of the Earth for you
To make you feel my love

Make_you_feel_my_love

Make you feel- Lyrics door Bob Dylan, mij betoverd in de versie van Adele

Vrijheid is…

Vrijheid_is

Jean-Paul Sartre

Ik zie de tranen als ze het vertelt. Meerdere collega’s om haar heen. Iedereen kijkt weg. Gepest werd ze, vroeger..in haar hoofd is het nú. Bang is ze, bang om verkeerde beslissingen te nemen… een leerling van haar wordt gepest. Haar handen gebonden door haar eigen verleden.

Niemand weet iets over haar jeugd. Ze is vrolijk, doet gek, lijkt sterk. Ooit nam ze de beslissing om wat ze heeft meegemaakt te gebruiken om anderen te helpen. Ze kijkt, signaleert, luistert, verwijst…en schrikt nergens van. Been there. Niemand hoeft te weten, maar ze voelt de vrijheid, de kracht om het om te buigen en het is te veel om te zeggen dat ze blij is met de schaduwen uit haar verleden, maar….

"Weet je", zegt ze tegen haar collega -zomaar even in een tussenuur- "eigenlijk heb je een enorme kracht". Buiten regent het. Blaadjes waaien in het rond. Haar ogen kijken open op. Kinderogen? "Het was toen hartstikke naar, maar jouw verleden heeft jou een cadeautje gegeven." Ze weet hoe het voelt gebonden handen te hebben. Ze kent ook de vrijheid van Sartre.

Ze kijkt naar buiten. "Zal wel", zegt ze. Het blijft een tijdje stil. Haar handen bewegen om de banden van haar verleden te voelen. Ze voelen veilig en bekend.

Sartre, denk ik. Ik zou willen dat ze Sartre snapte….maar als ze volhoudt, komt dat moment nog wel. Ik streel over mijn polsen. Gehavend, maar vrij.

Vrijheid_is

Trilkristal

Trilkristal

J.H. Leopold (1865-1925)

Herfstochtenden. Spinnenweb bekleed met pareltjes. Druppels zichtbaar, tastbaar. Ze verzwaren het spinnenweb, maar dat is elastisch, geeft mee, breekt niet. Flinterdun, ijzersterk.

In zo’n druppel zie ik de herfstbladeren, de mist, het opkomen van de zon in een rode hemel. De auto’s die langskomen. Snel en onbewust van deze druppels. Druppels in een spinnenweb, ‘s morgens.

‘s Middags staat de druppel op mijn netvlies. Hij zit tegenover me. Bijna achttien. Zijn blik gesloten. Nieuw, weg van een geschiedenis. Pokerface. Hij vertelt, ik luister, ik vraag. Blauwe ogen, lege blik. Ik zie niks, geen spiegel, geen schitterzon, geen wereld, geen ruim heelal. Gewoon blauwe ogen. Ijzersterk, niet elastisch.

Ik denk aan de druppels van die ochtend. Het spinnenweb, de druppels. In gedachten trek ik aan één kant van het web. Nèt iets harder dan normaal. De kristallen trillen.

Hij lacht om een onverwachte opmerking. Zijn ogen trillen. Even zie ik stukjes spiegel, stukjes trilkristal, stukjes van een wereld en een ruim heelal. Nee, geen schitterzon, want de draden van het web hervinden hun elasticiteit en de zenuwen in zijn gezicht sluiten de gelederen. Blauwe ogen, lege blik. En ik…zijn mentor, denk aan vanmorgen.

Herfstavond. Mist. Teruggeworpen op mezelf bedenk ik me dat ik liever de wereld bekijk via het trilkristal in die blauwe ogen, of in die prachtige druppels dauw in het spinnenweb waar ik morgenochtend weer niet gedachtenloos langs zal kunnen lopen.

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.